Elder. Gerespecteerd, ouder en wijs lid van de sibbe. Iemand wiens raad en ervaringen op prijs worden gesteld en die zich inzet voor het belang van de sibbe. Is op een vaste plek bij zijn tent te vinden, waar hij geniet, kijkt en luistert naar wat er gebeurt.

Jarl. Leider van de sibbe. Degene die de koers uitzet en beslissingen neemt voor het voortbestaan van de sibbe en om het welzijn van de individuele leden te waarborgen. Praat met iedereen en onderhoudt de contacten met andere groepen.

Second. Een van de belangrijkste raadgevers van de jarl. Neemt taken en zorgen uit handen van de jarl. Houdt zich bezig met de plannen voor strijd en activiteiten van de sibbe.

Volva. Priesteres en zieneres. Voert (magische) rituelen uit, geeft raad en onderhoudt de band met de voorouders en de Goden. Werpt de runen en maakt talismannen en amuletten.

Skald. Draagt oude verhalen en ook eigen liederen voor. Soms met muziek(lier of drum). Gebruikt vaak gebeurtenissen in de sibbe hiervoor, of laat personen uit de sibbe als hoofdpersoon optreden.

Krijger. Beoefent en traint, bekwaamt zich in vechtkunst, strijd en bescherming. Geeft demonstraties en meet zich met andere krijgers voor eigen lering en vermaak.

Ambachtslieden zoals leerbewerker, houtbewerker, smid, naaister, weefster, pottenbakker, kok(voor grote gerechten, roken van vis of vlees voor gezamenlijk gebruik).

Sibbeleden. Wie geen vaste functie heeft of specifiek specialisme, is belangrijk voor het sociaal netwerk en de dagelijkse gang van zaken. Er moet geleefd kunnen worden! Dus worden gekookt, eten bereid, versteld, gewassen, opgeruimd. Maar ook wordt er textiel geverfd, gereedschap gerepareerd, worden er pijlen gemaakt, worden messen en bijlen geslepen, moet het hout gehakt, moeten de dieren verzorgd en vooral…met elkaar worden gepraat, gelachen en geleefd.

Kinderen hebben eigen taken en kleine verantwoordelijkheden. Bijvoorbeeld hout halen, water halen, vuren verzorgen, honden uitlaten.